Wassily Kandinsky was degene die een systeem ontwikkelde klank in kleur over te brengen. ‘De innerlijke klank’ moest men laten spreken en uitdragen, wat Kandinsky laat zien in bijvoorbeeld ‘Impression III’, geschilders in 1911. Zijn onderzoek ging uit naar manieren vinden om een taal te ontwikkelen waarin klank in kleur uitgebeeld kon worden, of andersom, zonder naar de werkelijkheid of natuur te hoeven wijzen.
Om maar niet bescheiden te blijven, verplaats ik mij nu voor even in Kandinsky. Want waarom is hetgeen geel in bijvoorbeeld ‘Impression III’ geel? Welke klank of opeenvolging van klanken verteld een verhaal welke geel aanvoelt of eruitziet? Ik kan me er zo weinig bij voorstellen.
Kijkend naar de kleur geel die een klank moet oproepen denk ik direct aan de natuur. Zoals me vorige weken al duidelijk werd, geel is de kleur van de lente. Ik denk aan bloemen, kippen, kuikens en zon. Maar dit is wat Kandinsky juist niet wilde.
Wat doet geel met mij? In eerste instantie ben ik begonnen met het onderwerp geel omdat het me tegenstaat. Het is opvallend, het schijnt te activeren, maar tegelijkertijd heeft de opvallendheid van de kleur een bepaalde agressiviteit in zich verborgen. Geel doet dan misschien denken aan de lente, maar wanneer je deze loskoppelt, is geel dan nog wel zo mooi?
Enerzijds begrijp ik helemaal waarom geel vrolijk en prettig is, maar de hardheid en felheid doet mij niet meer denken aan vrolijke taferelen. Geel wordt hiermee de ruzie in het kleurenpalet, de kleur die verstoort en voor opschudding zorgt. Als een rigoureuze gele zweem die de andere kleuren uit zijn evenwicht haalt, die te erg opvalt en daarmee haantje de voorste wilt zijn. Het meest ijverige jongetje van de klas, welke indruk wilt maken door op te vallen.
Is dit dan misschien een begin van mijn verklaring wat betreft mijn afkeer voor geel? Ik weet het niet. Als ik mijn associaties begrijp, zou geel me niet per definitie tegen moeten staan. Zelf ben ik misschien niet de factor die de rest uit balans zal halen en altijd op de voorgrond zal treden, maar de voorgrond is toch wel enigszins mijn plaats. Toch vind ik geel te ontactvol en ben ik, als kleur zelf geen geel. Ik ben wel een voorgrondkleur, een die opvalt maar ook weg kan vallen, ruimte neemt of geeft, die geel niet geeft.
Maar wat is nou de klank van geel? Hier ga ik een week lang over nadenken. Als geel zo is of zo voelt als ik hem beschrijf, hoe klinkt deze dan?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten